Op het moment dat de familie van Doorn bij buurtbemiddeling aanklopt, is de relatie met de buurman op een absoluut dieptepunt beland. De heer en mevrouw van Doorn en hun twee kinderen lijden al ruim twee jaar onder de geluidsterreur van buurman Schippers. In het begin vraagt meneer van Doorn hem nog argeloos of hij zijn klompen kan uitdoen als hij midden in de nacht de trap op klost. Daarna wordt de herrie alleen maar erger. Minstens drie keer in de week zit het hele gezin beneden in de huiskamer te wachten tot de muziek van André Hazes of Frans Bauer eindelijk verstomt. De woningbouwvereniging stuurt tevergeefs een vriendelijk verzoek om rustiger aan te doen. De wijkagent komt ook af en toe langs. Dan is het even stil, maar vervolgens neemt het lawaai weer in volle hevigheid toe.
Treiteren
Nadat de familie van Doorn de politie heeft ingeschakeld, begint buurman Schipper te treiteren: hij scheldt en dreigt, gooit hondenpoep in de tuin en claxonneert midden in de nacht uitgebreid onder hun slaapkamerraam. Mevrouw van Doorn krijgt psychische klachten, het werk van meneer van Doorn lijdt eronder, ze krijgen ruzie over de kleinste dingen “Het ging ons leven beheersen,” zegt mevrouw van Doorn”. Vrienden en kennissen zeiden dat we ons niet door hem moesten laten wegjagen. Maar ons leven was ondraaglijk geworden.” Ten einde raad klopt de familie bij Buurtbemiddeling aan. De bemiddelaars luisteren naar het verhaal door een zeer geëmotioneerde mevrouw Van Doorn. Het conflict is al behoorlijk geëscaleerd. Ze vragen zich af de stellingen in deze loopgravenoorlog nog wel verlaten kunnen worden. Maar ze besluiten het er op te wagen.
De volle laag
Als iemand van Buurtbemiddeling bij meneer Schippers aanbelt, krijgen ze eerst de volle laag over zich heen. Buurman Schippers heeft het idee dat “die pestkoppen van hiernaast” opnieuw iemand op zijn dak hebben gestuurd. Hij tiert en hij raast en loopt helemaal rood aan. Als de bemiddelaar zegt dat ze niet komen om hem aan te klagen, maar om naar zijn verhaal te luisteren, draait hij bij en laat hij hen binnen. Hij vertelt dat hij een zware baan heeft als hulpkok in een restaurant. Hij maakt lange werkdagen en als hij dan ’s avonds laat thuiskomt, wil hij graag even relaxen met een lekker biertje en wat muziek. Is daar soms wat op tegen? Maar die zeikburen van hem gunnen hem zijn ontspanning niet en hebben van het begin af aan zijn avonden vergald door steeds te klagen. Ze mogen blij zijn dat bij bijna de hele dag weg is! Waar hebben ze het in vredesnaam over? “Toen ze de politie op me afstuurden, is er bij mij iets geknapt. Nu is het oog om oog, tand om tand en ga ik hún leven eens verzieken.” Echt plezierig vindt hij de situatie ook niet. Maar ze hebben er zelf om gevraagd. Hij weigert aan tafel te gaan zitten met die ‘zeiklui van hiernaast”. Er valt niks te bepraten.
Op van de zenuwen
Drie weken later belt Schippers op naar Buurtbemiddeling. Hij heeft nogal wat problemen op zijn werk en kan op dit moment dat gedoe met die buren er niet bij hebben. Hij vraagt alsnog om een bemiddelingsgesprek. Uiteindelijk zitten meneer Schippers en meneer en mevrouw van Doorn met twee bemiddelaars aan tafel. Vooral mevrouw van Doorn is op van de zenuwen. Ze frommelt met haar zakdoek en knoeit met haar koffie. Meneer Schippers kijkt onverschillig maar buiten. De bemiddelaars leggen eerst de regels uit. Alles wat op tafel komt blijft geheim, de bemiddelaars kiezen geen partij en er wordt niet gescholden of gedreigd. Ze nodigen de buren uit om eerst hun verhaal te vertellen, zonder dat ze elkaar in de rede vallen.
Slaapgebrek
Meneer van Doorn zegt dat hij iedere dag vroeg opmoet en dus bijtijds naar bed gaat. Vanwege de muziek van de heer Schippers slaapt hij vaak pas rond twee uur in de nacht. Zijn werk vraagt grote concentratie en vanwege een chronisch slaapgebrek begint hij fouten te maken. Het lawaai en het getreiter van meneer Schippers veroorzaken grote spanningen in zijn gezin. Zijn vrouw slikt kalmerende tabletten en voelt zich niet langer veilig in haar eigen huis. Ze is bang dat de buurman zijn dreigementen om hen een kopje kleiner te maken ook echt een keer zal uitvoeren. Mevrouw van Doorn begint nu te huilen. ‘Ik kan er niet meer tegen. Als u zich zo blijft gedragen, dan is de enige oplossing voor ons om te gaan verhuizen.”
Snotjongen
Meneer Schippers staart nu niet langer uit het raam. Hij richt zich tot meneer van Doorn. “Je kan niet verwachten dat iedereen zich maar aanpast aan jouw werktijden. Ik werk vooral in de middag en in de avond en ik heb er recht op om thuis te kunnen ontspannen op de manier zoals ik dat wil. Vanaf het begin dat ik hier kwam wonen, deed je net als of je de buurtdominee was. Ik mocht dit niet en ik mocht dat niet. Maar je even netjes voorstellen als buren, dat was er niet bij.” “Dat heeft u erg dwars gezeten,” springt de bemiddelaar in. “Ja zeker,” beaamt meneer Schippers. “Ik wil best rekening houden met mijn buren, maar ik wil niet behandeld worden als een snotjongen, die door zijn vader bestraft wordt.”
Nieuwe dingen
De bemiddelaars constateren dat het niet alleen gaat over de inhoud van de klacht, maar ook over de manier waarop die klacht is geuit. Dat is een belangrijke constatering en het gesprek neemt nu een andere wending. Het bemiddelingsgesprek is te kort om al tot onderlinge afspraken te komen. Zo ver zijn de buren nog niet. Maar in het gesprek is al veel bereikt: beide buren zetten hun angst en woede opzij en hebben de moed gehad om met elkaar aan tafel te gaan zitten; het is voor het eerst sinds anderhalf jaar dat ze met elkaar praten en ze hebben nieuwe dingen gehoord. De basis is gelegd voor onderlinge afspraken in een tweede gesprek.
“samen komen we er wel uit”
Buurtbemiddeling, de methode die mensen helpt om burenruzies zelfstandig op te lossen, blijkt nog steeds zeer succesvol. Ruim tweederde van de zaken die het afgelopen jaar bij landelijke projecten ...
Het prachtige weer brengt niet alléén “zomervreugde”. Deuren en ramen gaan vaker open om wat verkoeling te krijgen en te genieten van het buitenleven. Dé tijd ook om op deze zomerse avonden gezelli...
